Brief Summary ( Dutch; Flemish )

provided by Ecomare
De larven van sluipwespen leven op of in andere insecten of spinnen. Vooral rupsen zijn een favoriete prooi. Het volwassen dier zoekt een geschikte prooi op, verlamt die met haar angel, sleept hem naar een holletje en legt er een ei op. De gastheren blijven in leven terwijl de larven ze opeten, maar gaan op het eind toch dood. Er zijn veel soorten die in de duinen voorkomen. Sluipwespen worden in de tuinbouw gebruikt om plaaginsecten te bestrijden.
license
cc-by-nc
copyright
Copyright Ecomare
provider
Ecomare
original
visit source
partner site
Ecomare

Torymidae ( Dutch; Flemish )

provided by wikipedia NL

Insecten

De Torymidae of Torimidi is een familie behorend tot de vliesvleugeligen, die bestaat uit metaalkleurige (groen, blauw, brons, purperblauw) soorten met vergrote achterpoten, en over het algemeen met een lange legboor. Velen zijn sluipwespen op de gallenvormende insecten, en sommige zijn fytofage (plantenetende) soorten, soms eigenen ze zich de gallen gevormd door andere insecten toe, waarbij de larve in de gal vroeg of laat gedood wordt.

De Torymidae zijn fylogenetisch en morfologisch gelijk aan de Ormyridae, die voorheen deel uitmaakten van dezelfde familie tot de rang van onderfamilie.

Er worden over de hele wereld 986 soorten in 68 geslachten onderscheiden. Ze kunnen makkelijk herkend worden aan de zichtbare cerci, omdat ze een van de weinige groepen Chalcidoidea zijn waarin de cerci zichtbaar zijn.

Ze zijn 1,1 - 7,5 mm (gemiddeld 5 mm) lang en de vrouwtjes hebben een tot 16 mm lange legboor. De spanwijdte is 1,5 - 20 mm. De cercale platen op de kop zijn niet vlak, maar licht gegolfd met een papillaire vorm. De petiolus (insnoering borststuk) is sterk transversaal. De antennen hebben 13 segmenten. Verder is het borststuk in het mesoscutum diep gegroefd. De tarsi hebben 5 geledingen en de voorste tibiae eindigen in een gebogen spoor.

De voorste vleugels hebben een lange marginale ader, maar de stigmale en de postmarginale ader zijn vrij kort.

 src=
Vleugel van een sluipwesp behorend tot de bronswespen.
Smv: subcosta
Mv: marginale ader (costa)
Pmv: postmarginale ader
Stv: stigmale ader
U: uncus (haak)
St: pterostigma, (stigma)

De meeste Torymidae leven solitair. De meeste soorten van de onderfamilie Toryminae, vele Monodontomerinae en enkele Megastigminae zijn ectoparasitoïden op de insecten die plantengallen vormen. Zo vallen Torymus erucarum, Megastigmus dorsalis en M. stigmatizans de larven aan die in plantengallen op eik leven.

De Idarninae en het overgrote deel van de Megastigminae (geslacht Megastigmus) zijn fytofaag en leven van plantenzaden (Cupressaceae, Pinaceae en houtige Rosaceae).

De Podagrioninae zijn oöfage parasitoïden op Mantispidae (Podagrion spinola).

De Pteromalidae zijn hyperparasieten van keverlarven. Op Madagaskar: Mantiphaga bekiliensis, Podagrion insidiosum, Podagrion longicaudum.

Indeling

Door de heterogeniteit van de Torymidae zijn er voortdurend taxonomische herzieningen. De indeling in onderfamilies is omstreden. De volgende onderfamilies kunnen thans worden onderscheiden:

of

of

of

Referenties

  • Grissell, E.E., 1995. Toryminae (Hymenoptera: Chalcidoidea: Torymidae): a redefinition, generic classification and annotated world catalogue of species. Memoirs on Entomology, International 2:474pp.

Externe links

license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia-auteurs en -editors
original
visit source
partner site
wikipedia NL

Torymidae: Brief Summary ( Dutch; Flemish )

provided by wikipedia NL

De Torymidae of Torimidi is een familie behorend tot de vliesvleugeligen, die bestaat uit metaalkleurige (groen, blauw, brons, purperblauw) soorten met vergrote achterpoten, en over het algemeen met een lange legboor. Velen zijn sluipwespen op de gallenvormende insecten, en sommige zijn fytofage (plantenetende) soorten, soms eigenen ze zich de gallen gevormd door andere insecten toe, waarbij de larve in de gal vroeg of laat gedood wordt.

De Torymidae zijn fylogenetisch en morfologisch gelijk aan de Ormyridae, die voorheen deel uitmaakten van dezelfde familie tot de rang van onderfamilie.

Er worden over de hele wereld 986 soorten in 68 geslachten onderscheiden. Ze kunnen makkelijk herkend worden aan de zichtbare cerci, omdat ze een van de weinige groepen Chalcidoidea zijn waarin de cerci zichtbaar zijn.

Ze zijn 1,1 - 7,5 mm (gemiddeld 5 mm) lang en de vrouwtjes hebben een tot 16 mm lange legboor. De spanwijdte is 1,5 - 20 mm. De cercale platen op de kop zijn niet vlak, maar licht gegolfd met een papillaire vorm. De petiolus (insnoering borststuk) is sterk transversaal. De antennen hebben 13 segmenten. Verder is het borststuk in het mesoscutum diep gegroefd. De tarsi hebben 5 geledingen en de voorste tibiae eindigen in een gebogen spoor.

De voorste vleugels hebben een lange marginale ader, maar de stigmale en de postmarginale ader zijn vrij kort.

 src= Vleugel van een sluipwesp behorend tot de bronswespen.
Smv: subcosta
Mv: marginale ader (costa)
Pmv: postmarginale ader
Stv: stigmale ader
U: uncus (haak)
St: pterostigma, (stigma)

De meeste Torymidae leven solitair. De meeste soorten van de onderfamilie Toryminae, vele Monodontomerinae en enkele Megastigminae zijn ectoparasitoïden op de insecten die plantengallen vormen. Zo vallen Torymus erucarum, Megastigmus dorsalis en M. stigmatizans de larven aan die in plantengallen op eik leven.

De Idarninae en het overgrote deel van de Megastigminae (geslacht Megastigmus) zijn fytofaag en leven van plantenzaden (Cupressaceae, Pinaceae en houtige Rosaceae).

De Podagrioninae zijn oöfage parasitoïden op Mantispidae (Podagrion spinola).

De Pteromalidae zijn hyperparasieten van keverlarven. Op Madagaskar: Mantiphaga bekiliensis, Podagrion insidiosum, Podagrion longicaudum.

license
cc-by-sa-3.0
copyright
Wikipedia-auteurs en -editors
original
visit source
partner site
wikipedia NL