Overview

Distribution

Phylactella labrosa is a north-eastern Atlantic species. It occurs along the south and western coasts of the British Isles, on offshore shell gravels, from Sussex and Cornwall, northward to the Shetlands. The species is rarely reported and its precise geographical distribution is unknown.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Van 1904 tot 1906 zijn meerdere kolonies verzameld op de Vlaamse Banken (collectie KBIN). In 2004-2005 werden levende kolonies gevonden op schelpen van de Kwintebank en de Westhinderbank. In België op aangespoeld plastic in Zeebrugge in 1999. In Nederland is een kolonie gevonden in een schelpklep op het strand van Nieuwvliet in 2001.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Unreviewed

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Physical Description

Morphology

Phylactella labrosa is an encrusting bryozoan. Colonies form small circular or irregular patches; or frequently the colony diffuses in single or multiple linear series, branching irregularly and producing fans or patches intermittently. Autozooids are oval and convex, typically 0.4-0.56 by 0.3-0.4 mm.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Diagnostic Description

Description

De zoïden groeien vaak in rijen vooraleer de kolonie een korstje vormt. Zoïden 0,4 tot 0,6 mm lang, ovaal en sterk convex. Frontale wand eerst dun en doorzichtig, later ruw, dicht en regelmatig geperforeerd door ronde, diep verzonken poriën. De ronde opening heeft scherpe scharnierpunten en een brede afgeknotte of puntige lyrula. Een heel goed ontwikkelde opstaande peristoom vormt een kommetje rond de proximale en laterale boord van de opening. Broedkamers glad en geperforeerd door talrijke poriën. Ancestrula met ovale frontale membraan, omringd door 8 stekels. Onder dit membraan ligt een kalklaag met kleinere opening. Frontaal oppervlak niet geperforeerd.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Unreviewed

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Ecology

Habitat

The species is able to colonise hard substrates and is characteristic of small shell substrata. It occurs on the underside  of valves of Venerupis, Tapes and other Veneracea, often in association with other encrusting bryozoans such as Neolagenipora collaris, Trypostega venusta, Escharina johnstoni, Puellina spp., and other cheilostomates with small ovicells.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!