Overview

Comprehensive Description

General Description

Puellina arrecta is an encrusting bryozoan. Colonies form small irregular patches, composed of a single layer of autozooids. Autozooids are oval to hexagonal, convex and separated by distinct grooves. They are typically 0.2-0.32 by 0.14-0.18 mm, with six oral spines.

The species is able to colonise dead shells or small hard substrates. It ranges from 20 m (Ria de Ferrol, NW Spain) to 524 m (NE Atlantic, Gulf of Cadiz), with all Mediterranean records from greater than 100 m.

Puellina arrecta is only known from European seas including: the English Channel, NE Atlantic from Brittany to the Gulf of Cadiz, the Bay of Biscay and the Mediterranean.

Puellina arrecta was first confused with Puellina flabellifera, to which it is most closely comparable. Puellina arrecta was precisely defined by Bishop and Househam (1987), who described the considerable differences in the form of the frontal shield between the two species. Puellina arrecta has a smaller rounded frontal shield that is more convex and irregular.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Distribution

Komt voor in het Kanaal, sinds juni 2005 ook gekend van de Westhinderbank waar 4 kolonies werden aangetroffen aan de binnenzijde van schelpkleppen.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Physical Description

Diagnostic Description

Description

Vormt een kleine onregelmatige korst. Zoïden ovaal tot zeshoekig, convex. 8 of 9 (zelden 7 of 10) scherp gerichelde costae, hoogst aan de rand van het schild, vormen in het midden een langwerpige bult. Elke costa heeft een uitstekende knobbel, gewoonlijk met een pseudopore aan zijn basis. 2-3 kleine intercostale poriën. Opening D-vormig, de suborale holte is net iets groter dan de intercostale poriën. 6 lange orale stekels, 4 bij aanwezigheid van een broedkamer. Avicularia vaak aanwezig tussen de zoïden in, half zo groot als een zoïde, met halfcirkel - vormige opesia en distaal verbredend rostrum. Broedkamers vaak met 2 of 3 lage richels. De broedkamer rust op een volgende zoïde of kenozoïde, niet op het substraat. Kenozoïden kunnen voorkomen, ze zijn bijna zo groot als zoïden en hebben een gelijkaardig frontaal schild, maar er is geen opening. Ancestrula met frontaal een membraan, omringd door 11 stekels, de proximale stekel is distaal gebogen en aan de top in tweeën gesplitst. De ancestrula regenereert soms als kenozoïde.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!