Overview

Comprehensive Description

General Description

Figularia figularis is an encrusting bryozoan, widely distributed in the Mediterranean. The colonies form broad, spreading sheets which are dull white to light brown. The autozooids are large and may be easily viewed by the naked eye. They are elongated ovals to rectangular and either flat or slightly convex, typically 0.7 – 1.00 by 0.3 – 0.5 mm, with no spines.


The species is able to colonise hard substrates and is particularly found on shells. It ranges from shallow subtidal waters to at least 150 metres.


Figularia figularis is widespread in the Mediterranean where it reaches its greatest abundance between 30 and 90 m. The species extends north to the southwest of the British Isles and is common in the western English Channel, reaching its northern limit in the Irish Sea. The species is apparently absent from east coasts, and the North Sea in general.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Average rating: 2.5 of 5

Distribution

Eénmaal aangespoeld op een visnet in Oostende op 4 november 2000.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Average rating: 2.5 of 5

Physical Description

Diagnostic Description

Description

Vormt een brede vuilwitte tot lichtbruine korst. Zoïden groot, langwerpig, ovaal tot rechthoekig, vlak of licht convex. Een frontale kalkrand ligt rond het frontale schild en neemt proximaal tot ¼ van de zoïdenlengte in. Het frontale schild bestaat uit 10-14 brede, spits toelopende costae, het distaal paar breed en dik. Elke costa heeft een opvallende knobbelige pseudopore. 3-4 poriën tussen de costae. Opening groot, vierhoekig, met opvallende laterale scharnierpunten. Operculum bruin met marginale verdikking. Avicularia niet vaak aanwezig, half zo groot als een zoïde, met brede dwarsbalk en lepelvormig distaal deel. Geen orale stekels. Broedkamers bolvormig, vaak in het midden een bultje met aan weerszijden een groot druppelvormig onverkalkt venster. Ancestrula ovaal met frontale membraan.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Average rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!