Overview

Distribution

Davoult et al. (1999) rapporteert 3 kolonies op hydroïden ter hoogte van Cap Gris-Nez in juni 1992. Aangespoeld in Zeebrugge in december 1999 op plastic en in december 2008 op een riemwiervoetje.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Plesiothoa gigerium is found in the south-west of England and the Channel Islands, and extends to South Africa. This species is the only British representative of the genus, which is otherwise known from Chile, New Zealand, the South Shetland Islands and Antarctica.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Physical Description

Morphology

Plesiothoa gigerium forms adnate runner-like colonies, composed of branching chains of autozooids, closely adhering to the substrate. Autozooids are pear- or club-shaped with a short thread-like proximal portion. They are approximately 0.4 mm long.

New autozooids bud distally (furthest from the colony origin) and disto-laterally of preceding zooids on one or both sides. The daughter zooids usually come to lie parallel to the parent.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Diagnostic Description

Description

De kolonie is geheel vastgehecht en bestaat uit gedeeltelijk samengroeiende zoïdenrijen. Aan weerszijden vertakkend op het distale of distolaterale deel van zoïden. Zoïden 0,4 mm lang, ruw, druppelvormig of knotsvormig, proximaal het smalst, maar dikker dan bij Hippothoa. Het frontale oppervlak is dun, doorschijnend en variabel dwarsgestreept of bultvormig geribd, met een bult voor de opening. Er is geen kiel in de lengterichting. Opening langer dan breed met een U-vormige sinus. Vrouwelijke zoïden zijn korter dan de gewone zoïden met een bredere opening, eveneens met sinus. Zoöeciulen variabel, gewoonlijk kleiner dan de zoïden. Broedkamers bolvormig met strepen in variabele richting en soms een paar frontale poriën. Ancestrula ovaal met gekartelde rand en een bijna ovale opening.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Ecology

Habitat

The species is able to colonise a range of substrates including red algae (Palmaria palmate) and Laminaria hyperborea. The species is found in shallow subtidal waters often in association with similar bryozoan species such as Celleporella hyalina, Haplopoma impressum and Haplopoma bimucronatum, as well as Electra pilosa.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!