Overview

Comprehensive Description

General Description

Puellina corbula is an encrusting bryozoan. Colonies form irregular, spreading sheets, composed of a single layer of autozooids. Autozooids are broadly oval to irregularly polygonal, rather flat and separated by distinct grooves. They range in size from 0.25-0.45 by 0.17-0.24 mm. Four spines are present on reproductive (with an ovicell) zooids, and seven in non-reproductive zooids.

The species is able to colonise hard substrates. It ranges from 73-106 metres. Puellina corbula is a northeast Atlantic species. It is known from the English Channel, off Brittany and a single specimen (NHMUK 1911.10.1.753) labelled “Belfast”.
Puellina corbula is most closely comparable with Puellina Africana and the Mediterranean species, Puellina pedunculata.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Distribution

In 2005 is een beschadigd kolonietje verzameld op de Westhinderbank.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Physical Description

Diagnostic Description

Description

Vormt een onregelmatige korst. Zoïden breed ovaal tot onregelmatig veelhoekig, eerder vlak. Frontaal schild bestaat uit 9 tot 14 (meestal 10 tot 12) costae. Costae breed aan de basis en stijl opgericht, ombuigend in een vlak deel dat snel versmalt. Het centrale deel van het schild is vlak. Halfweg elke costa ligt een knobbeltje. 6-8 grote intercostale poriën staan dicht opeen geplaatst. Opening D-vormig met een suborale holte die nauwelijks groter is dan een intercostale porie. 7 orale stekels, 4 bij aanwezigheid van een broedkamer. Eén of twee (zelden drie) suborale holten tussen de opening en de eerste rij intercostale poriën. Avicularia heel klein, basaal oppervlak slechts zo groot als een zoïdenopening. Smalle driehoekige mandibel. Broedkamers liggend op het substraat en niet op de volgende zoïde, zo breed als lang, met 4-6 lage richels. Kenozoïden komen niet vaak voor, als zoïde zonder opening. Ancestrula met frontaal membraan omringd door 12 tengere stekels.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!