Overview

Comprehensive Description

General Description

Collarina balzaci is an encrusting bryozoan. Colonies form small irregular patches. The autozooids are small oval and convex, with indistinct boundaries. They range in size from 0.43 – 0.53 by 0.26 -0.41 mm and have three to five spines.

The species is able to colonise a range of substrates, including shells, stones, red algae, Sargassum seaweed and Posidonia seagrass. It is especially found on small pieces of substrate. Little information is available on its depth  range in the British Isles. It has been collected at 18-27 metres from the Isle of sky, 46 metres off Plymouth, 82 metres off Wick and as deep as 135 metres off the Faroes

Collarina balzaci is a Mediterranean species, distributed south to Madeira, the Canary Isle and the Azores. It range extends north to the west end of the English Channel, and along the western coast of Britain and Ireland to Faroe, where it probably reaches its northern limit.

This species has a long history of confusion with British Cribrilina species.

Creative Commons Attribution Non Commercial 3.0 (CC BY-NC 3.0)

© Natural History Museum, London

Source: Bryozoa of the British Isles

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Distribution

In 2004 en 2005 werden verscheidene kolonies verzameld op schelpkleppen van de Vlaamse Banken.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Physical Description

Diagnostic Description

Description

Vormt kleine onregelmatige korstjes. Zoïden ovaal, convex. Frontaal schild van 8 tot 12 costae, met 1 tot 3 intercostale ruimten tussen opeenvolgende costae. Een duidelijke, geknobbelde lumenporie aan de basis van elke costa, al deze lumenporiën vormen een ring op de rand van het schild. Op het frontale schild kunnen zich 1 of meer mediale knobbels ontwikkelen. De opening is proximaal afgeboord door het verdikte eerste paar costae, met een recht distaal einde en een goed ontwikkelde mediale knobbel. In de proximo-laterale hoeken van de opening zit een onopvallend scharnierpunt. 3 tot 5 distale orale stekels, alleen het proximale paar is aanwezig bij een broedkamer. Avicularia in de proximolaterale hoek van de opening, lateraal gericht of ietwat distaal, één of beide vaak afwezig. Een gelijkaardig avicularium is vaak aanwezig op de distale rand van de broedkamer. Broedkamers langwerpig ovaal, met poriën met licht verhoogde rand. Ancestrula als een zoïde maar kleiner met een kleiner frontaal schild van 6 of 7 costae, 4 of 5 orale stekels en zonder avicularia. Lijkt op Cribrilina punctata.
  • De Blauwe, H. (2009). Mosdiertjes van de Zuidelijke Bocht van de Noordzee. Determinatiewerk voor België en Nederland. Uitgave Vlaams Instituut voor de Zee, Oostende: 464pp.
Creative Commons Attribution 3.0 (CC BY 3.0)

© WoRMS for SMEBD

Source: World Register of Marine Species

Trusted

Article rating from 0 people

Default rating: 2.5 of 5

Disclaimer

EOL content is automatically assembled from many different content providers. As a result, from time to time you may find pages on EOL that are confusing.

To request an improvement, please leave a comment on the page. Thank you!